Brief van de Koning


Wij, Menos, bij de gratie van de goden, koning van Kiraldaë, hebben de volgende mededeling;

Vele eeuwen was er vrede in ons mooie koninkrijk. Goede oogsten, redelijke belastingen en een rustige en gelaten bevolking waren hier deel aan.

Helaas is sinds enkele jaren deze droom aan gruzelementen gevallen.

Onze edelen geven steeds minder om het gewone volk, ze geven liever het geld uit aan feesten en spelen, dan het geld te investeren in zaken als graanschuren, akkers en tempels.

Door hun hebzucht hebben ze de belastingen verhoogd, en nogmaals verhoogd, en dat allemaal in onze naam, de godslasteraars. Dit leidde tot opstanden van de boerenbevolking en wij moeten hulpeloos toekijken, hoe onze macht over de edelen met de dag afneemt.

Daarnaast is het volgende gaande: door de vele eeuwen van voorspoed is de bevolking gegroeid, de hoeveelheid akkerbouwgrond gedaald en er is amper genoeg te eten, wat nog meer haat en verderf zaait bij de burgers. Diefstal en moord is van alle dag, iets wat vroeger een incident was.

Wij, de koning, en ook de koninklijke familie, voelen ons al geruime tijd niet meer veilig in ons eigen land; het land dat eens ons thuis was. Maar, er is hoop. Onze afgezanten hebben enige tijd geleden nieuw land gevonden, slechts enkele dagen varen per boot. Naar het westen zegt men, alsmaar naar het westen.

Een prachtig land, dat is waar men het over heeft, groots en bewoonbaar. Een plek voor een nieuw begin, een nieuw Kiraldaë. Een veilige haven voor ons en alle mensen die het koninkrijk terug willen brengen naar de glorieuze tijden.

Het nieuwe land noemt men Aragnes.

Reeds hebben wij een aantal expedities gestuurd, maar hier hebben wij niks meer van vernomen, helaas.

De laatste grote expeditie is enige tijd geleden vertrokken, deze keer met veel meer succes dan de eerdere expedities. Inmiddels is er een nederzetting gesticht. Ik heb één van mijn zoons daar naar toe gestuurd, maar ik heb weinig meer van hem vernomen. De kolonisten zijn op mijn verzoek verder getrokken, naar een nieuw en onbekend gebied.

Gij, dappere avonturier, zij het in mijn naam, zij het voor uw eigen gerief, bent op zoek naar wat niet meer gevonden kan worden hier in Kiraldaë; zaken als moed, eer, trouw en broederschap. Misschien vind u dit wel, in Aragnes.

Nog een laatste waarschuwing van een oude koning. Gij, trotse en sterke kolonist, weest voorzichtig, het nieuwe land zit mogelijk vol verraad. Zorgt dat gij altijd op uw hoede zijt voor gevaar.

Was getekend,
Willem Karel Menos, regerend Koning van Kiraldaë,