Openbare Stadsbibliotheek
Deze pagina zal regelmatig geupdate worden.
(Geschreven in human)
Beste nieuwe expeditieleden,
Jullie vertrekken naar een gebied, waarover nog slecht weinig bekend is, maar waar volgend ons grote potentie ligt voor ieder van jullie. In dit gebied zijn jullie vrij om een nieuwe nederzetting op te richten en zo het koninkrijk, maar ook jezelf te steunen.
Jullie zullen weer een raad vormen, die in de nieuwe kolonie zal regeren. Kies de meest geschikte mensen, maar gebruik ook de kennis van de mensen buiten de raad. Kies afgezanten van de verschillende groepen in het kamp, en werk volgens de Romeinse spreuk “Concordia res parvae crescunt” (letterlijk: "Door eendracht komen de kleine dingen [komt het kleine] tot bloei", ook te vertalen als Eendracht maakt macht. Als motto’s kunnen jullie de volgende 3 spreuken gebruiken: "Nescit Occasum", wat met "zij gaat nooit onder" of "zij daalt niet" kan worden vertaald, “Negotium cum facta, non modo cum verba”, werk met daden, niet alleen met woorden en het motto “consilio et armis”, met beleid en met wapens. Doe dit vooral “aequo animo”, met een heldere geest. En denk er aan, “confero si opus sit, quantum satis, quaeritur, quantum placet”, vergader Als het nodig is, zoveel als genoeg is, er gevraagd wordt, zoveel als men wil.
Signatum erat,
Geschreven door de Romeinse Scribe van Kapitein Hendrik Janszoon,
opperbevelhebber van de oude vesting en hoogste in rang in de in Kiraldaese en Nirmondaarse nederzetting.
De zuidelijke Kolonie (geschreven in human)
In het zuidelijke deel van Aragnes ligt de kolonie Zuid-Oudega. Dit is een vredig en dorpje, waarbij de mensen goed met elkaar samenwerken. Dit moet ook wel, want ze leven ver van de andere menselijke dorpjes of andere bondgenoten. Zij hebben tot nu toe wel altijd goed kunnen beschermen tegen de gevaren van de wezens in het zuiden. Ik ben er echter al een tijd niet meer geweest of heb er iets van gehoord en ik weet niet zo goed hoe zij al die tijd beschermd worden.
Er leven daar een aantal mensen, die een belangrijke gedeelte van de ambachten in het dorp uitvoeren. Ik zal deze mensen kort bespreken.
Henk Brood is een erg gezellige jongen, die als bakker werkt. Hij werkt hard, maar is snel afgeleid en maakt graag een praatje met iedereen. Jan aarde is een Boer die wat afgelegen een akker had en in het dorp zijn spullen verkocht. Hij is een bitter, nors en chagerijnige man, die meer voor zijn werk voelde dan voor wat dan ook. Dit is dan ook de tijd dat hij zich het minst chagerijnig toont. Zijn vrouw is al tijden dood, maar hij rouwt er nog vaak om en dit zou mogelijk zijn bitterheid verklaren. Berend Ijzer is een koppig en eigenwijze smid met een kort lontje. Maakt wel altijd mooie en sterke spullen. Mark van der Vaght is erg rustig en teruggetrokken, hij houdt niet van drukte en haasten en doet het altijd rustig aan. Vincent van VleeschHuijze is de enigszins gestoorde en morbide slager, die zo geworden is door het werk wat hij doet. Maximilliaan Den Adel is de bibliothecaris en geleerde in het dorp. Hij is een omhooggevallen type. Vind zichzelf heel erg slim en belangrijk. Hij vindt dat de wereld om hem draait, en zijn kennis. Wat zou die wereld zonder hem zijn tenslotte. Enorm arrogant, en al snel op zijn ego getrapt.
Karel Houtman is een erg rustige houthakker, die lange tochten maakt voor het juiste hout. Hij heeft een echte oudere broer relatie met zijn broertje. Marius Steen is de mijnwerker die zorgde voor het steen, ijzer en andere grondstoffen in het dorp. Hij blijft altijd erg lang in de verschillende mijnen, vooral in de zilvermijn. Marjon Plant is een alchemiste die hard veel onderzoek doet met planten, om er zowel giffen voor de bescherming als genezende drankjes en andere nuttige zaken van te maken. Is vaak lang in het bos te vinden om de juiste kruiden te vinden. Wilma Leven zorgt voor de genezing in het dorp en gaat vaak mee met Marjon Plant op zoek naar genezende kruiden. Gerard is een erg musicaal en verhalend type, hield ook van het maken van dingen met verschillende magische voorwerpen. Hij is bovendien altijd erg nieuwsgierig.
Was geschreven,
Darius Xenal, Nirmondaarse Scribe in de vesting van de Nirmondariers in het noord-oosten van Aragnes.
De Kerkuil (geschreven in human)
Een plotse schim in de schemer, of een angstaanjagend gekrijs, midden in de nacht... dat is voor velen de eerste ontmoeting met de kerkuil. Deze zeer tot de verbeelding sprekende vogel broedt en jaagt vaak in menselijke omgeving, maar slechts weinigen krijgen hem wat beter te zien. Veel voorkomende broedplaatsen zijn boerenschuren, ruïnes, kerktorens en andere bouwwerken, een enkele keer ook holle bomen.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit veldmuizen, aangevuld met huisspits- en bosspitsmuizen. Jonge kerkuilen kunnen soms flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven hun leven lang in hetzelfde leefgebied. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed is slecht in staat warmte vast te houden. Tijdens de jacht vliegt hij vooral laag over de grond.
Het nest van de kerkuil ligt vrij hoog boven de grond, soms meer dan 20 meter. Hij legt gemiddeld 3 tot 6 eieren, meestal 4 of 5 en die worden om de dag gelegd, waardoor de kerkuil meestal meer dan een week eieren legt. Het duurt ongeveer een maand voordat de kerkuil eieren gaat leggen. Ze blijven als de eieren zijn uitgekomen ongeveer 2 maanden bij de ouders, waarna ze uitvliegen. Een kerkuil leeft ongeveer 4 jaar, maar valt vaak ten prooi aan andere dieren, waardoor hij deze leeftijd vaak niet haalt.
Wij, koning bij de gratie van de Goden, de koning van Kiraldaë, hebben de volgende mededeling;
Vele eeuwen was er vrede in ons mooie koninkrijk, waar wij en onze voorvaderen al vele eeuwen in voorspoed geregeerd hebben. Wij werden gezegend met goede oogsten, redelijke belastingen en een gelukkige en gemoedelijke bevolking.
Helaas is sinds enkele jaren deze droom aan gruzelementen gevallen.
Onze edelen geven steeds minder om jullie, het volk. Ze geven liever hun geld uit aan feesten en spelen, dan het te investeren in zaken als graanschuren, akkers en tempels.
Door hun hebzucht hebben ze de belastingen verhoogd, en nogmaals verhoogd, en dat allemaal in onze naam, de godslasteraars. Dit leidde tot opstanden van de boerenbevolking en wij moeten hulpeloos toekijken, hoe onze macht over de edelen iedere dag afneemt.
Daarnaast wordt ons land ook nog geconfronteerd met andere problemen: door de vele eeuwen van voorspoed is de bevolking gegroeid, en de hoeveelheid akkerbouwgrond gedaald: mensen hebben nauwelijks te eten, en hun wanhoop leidt tot dood en verderf onder de burgers. Diefstal en moord zijn van alle dag, iets wat vroeger louter sporadisch voorkwam. Duistere krachten in ons koninkrijk lijken steeds sterker te worden.
Wij, de koning en onze familie, voelen ons al een geruime tijd niet meer veilig in ons eigen land; het land van onze vaderen en ons eeuwige thuis. Maar, er is hoop. Mijn afgezanten hebben enige tijd geleden nieuw land gevonden, slechts enkele dagen varen per boot. ‘Naar het westen’ zeggen ze, ‘alsmaar naar het westen’.
Een prachtig land, dat is waar ze het over hebben, groots en bewoonbaar. Een plek voor een nieuw begin, een nieuw Kiraldaë. Een veilige haven voor ons en alle mensen die het koninkrijk terug willen brengen naar de tijd van vrede en voorspoed tot in lengte van dagen.
Het nieuwe land noemt men ‘Aragnes’.
Reeds hebben wij een aantal expedities gestuurd, maar hier hebben we helaas(verplaatst van het eind van de zin naar deze plek) niets meer van vernomen.
De laatste grote expeditie is enige tijd geleden op campagne vertrokken, deze heeft al veel meer succes geboekt dan alle voorgaande ontdekkingsreizen gezamenlijk. Inmiddels is er een nederzetting gesticht. Wij hebben één van onze zoons hier naar toe gestuurd, maar zijn tijd bleek helaas gekomen te zijn. De kolonisten zijn op ons verzoek verder getrokken, naar een nieuw en onbekend gebied.
Gij, dappere avonturier, zij het in onze naam, zij het voor uw eigen gerief, ga op zoek naar dat wat niet meer gevonden kan worden hier in Kiraldaë; zaken als moed, eer, trouw en broederschap. Ga op zoek naar het terra incognita, genaamd Aragnes, en hopelijk zult u vinden waar wij zo hartstochtelijk naar verlangen.
Nog een laatste waarschuwing, van uw Majesteit. Gij, trotse en sterke kolonist, wees voorzichtig, het nieuwe land zit mogelijk vol verraad. Zorg dat gij altijd op uw hoede bent voor gevaar.
Was getekend,
Namens de gehele koninklijke familie,
Zijne Koninklijke Hoogheid Willem Karel Menos, bij de gratie Gods Koning van Kiraldaë. Enz. enz enz.
Koningshuis Kiraldaë en de tochten naar Aragnes (geschreven in human)
789 Koning Arc’Karel Hendrik Menos krijgt zijn eerst zoon, Willem Karel Menos.
807 Koning Arc’Karel sterft aan een ziekte die hij had opgelopen tijdens een door de adel georganiseerd steekspel. Zijn oudste zoon is nog te jong om te regeren, dus Arc’Karel's vrouw neemt tijdelijk het roer over, totdat Willem Karel Menos oud genoeg is om te regeren. Dit verzwakt de koninklijke macht en de adel van de verschillende provincies en gebieden krijgt meer in te brengen. De eenheid in het land verzwakt.
810 Koning Willem Karel Menos komt aan de macht.
810-821 Koning Willem verliest na eerst een kleine opleving wat aanhang van de adel en besluit na verschillende geruchten over een ander grotendeels onbekend land op zoek te gaan naar nieuw gebied, omdat de zuidelijke krachten te sterk zijn. In de 11 jaar dat hij hiermee bezig is neemt zijn adellijke aanhang steeds sterker af en blijven er grote problemen in het zuiden. Dit zorgt er voor dat het voorbereiden van een grote expeditie lastig is. De handel in Sergion neemt af en zaken waarvan lange tijd werd gedacht dat ze er niet meer waren, komen nu weer sterk terug, zoals struikrovers en duistere zaken en figuren. In deze jaren is het land sterk veranderd en het lijkt alsof dit komt door de jaren dat Willem Karel Menos moeder het land regeerde dat de basis vormde voor de veranderingen.
816- Eerst reis naar Aragnes met 5 expeditieleden. Hier wordt niks meer van gehoord.
821 Eerste officiële reis naar Aragnes met 26 expeditieleden, in 2 bootjes. De naam voor het nieuwe gebied wordt overgenomen van een daar gevonden geschrift en dit laat zien dat er eerder mensen zijn geweest. De eerste expeditieleden die daar heen gingen wisten niet precies hoe groot het gebied is, waardoor het de naam eiland kreeg totdat de daadwerkelijke grote bekend was. Het zuidelijke gebied van Kiraldaë en de zuidelijke eilanden blijven een gevaar waar rekening mee gehouden dient te worden.
823 De tweede expeditie is van start gegaan, na een succesverhaal van de eerste groep. 15 mensen uit die eerst groep gaan terug om er permanent te wonen, de andere 11 willen niet meer terug. Er gaan bij deze expeditie enkele koninklijke soldaten mee, waardoor de totale expeditie uit 42 mensen bestaat.
827 Er wordt al die jaren niks gehoord van de tweede expeditie en de koning bereidt een grotere expeditie voor, gedreven door problemen in Kiraldaë, en stuurt meer soldaten mee. Hij bereidt ook een aantal snelle vervolgexpedities voor, om het contact op te schroeven en meer mogelijkheden voor het zenden van spullen en voedsel te geven. De plek waar de boten aanmeren is wel gevaarlijk, dus niet alle boten blijven heel als ze aankomen. De zuidelijke dreiging lijkt te verminderen waardoor deze expedities mogelijk zijn.